Koog aan de Zaan

De naam Koog aan de Zaan zou in de 16de eeuw ontstaan zijn bij de Kogerhem, die toen ook een sluis had. In de 17de eeuw werd direct tegenover de sluis een herberg gebouwd. In de 17de eeuw werd ten zuiden van de Kogerhem een kerk gebouwd, en die werd het centrum van een kleine buurt die er omheen groeide. Koog aan de Zaan heeft al lang een band met Zaandijk, wat blijkt uit het feit dat de twee plaatsen een school, een kerk, een begraafplaats, en de zorg voor armen en wezen delen.

Koog aan de Zaan

Tot de komst van de Fransen was Koog administratief een deel van de Banne van Westzaan, met slechts een geringe invloed op de aangelegenheden van de Banne. Men neemt aan dat de Nederlandse stad Koog aan de Zaan op 1 augustus 1811 onafhankelijk werd, hoewel dit niet zeker is (zie: Bestuur en rechtspraak 2.1.8.).

Tot voor kort werden Koog en zijn noordelijke buurman Zaandijk vaak in één adem genoemd. Deze verbinding bestaat al sinds het begin der tijden; het dorp werd gesticht op de ruïnes van een ouder Zaandijk. In 1543 woonden er ongeveer 30 mensen. Tegen het einde van de 16de eeuw was het aantal mensen toegenomen. Ze hielden zich vrijwel zeker bezig met de binnenvisserij, de binnenvaart en de ontvangst van reizigers. Omdat rond de kerk een kerkwijk ontstond, werd het dorp tot een kleine kern gereduceerd.

In aansluiting daarop werden in de 16e, 17e en 18e eeuw school, kerk, kerkhof, en de zorg voor armen en wezen voor kortere of langere tijd door verschillende families gedeeld. Moeilijkheden bij het regelen hiervan leidden uiteindelijk tot de scheiding van de twee dorpen in 1721, waarbij elk dorp zich daarna uitsluitend concentreerde op de zorg voor de eigen bewoners. Er was echter nog steeds een sterke band tussen de dorpen. De perioden van economische bloei en achteruitgang in Koog en Zaandijk vielen samen; de Vermaning in Koog, bijvoorbeeld, werd ook bezocht door de Mennonieten van Zaandijk, waardoor de twee dorpen min of meer niet meer van elkaar te onderscheiden waren.

In de loop van de negentiende eeuw werd de band tussen de gemeenten versterkt toen de gemeenten een spoorwegstation en een postkantoor deelden.
In dit dorp werden in de 17de eeuw molens gebouwd, zowel in de Kogerhem als op de omliggende velden. Pellerijen, papiermolens en gortpellerijen behoorden tot de betrokken industrieën. Proviand voor schepen en gort waren een geliefd voedingsmiddel en vonden gretig aftrek in de tijd van de Revolutionaire Oorlog. Vanwege de overlapping in het verenigingsleven tussen de twee gemeenten, kwamen ze uiteindelijk samen in Hollands Vlag; na de fusie tot Zaanstad werden Koog en Zaandijk echter deel van hetzelfde districtsraadsgebied.

Koog bloeide in de achttiende eeuw economisch op. Door de zetmeelmolens, de binnenvisserij, de oliemolens, de pelmolens en de verfmolens is de economie verbeterd. De molens op de Kogerhem werden vervangen door fabrieken, en ook in het zuiden van het land werden fabrieken opgericht. De fabrieken van de familie Honig, die in het noordelijk en zuidelijk deel van het dorp staan, zijn typisch voor Koog aan de Zaan. De voltooiing van sommige villabouw werd in deze tijd ook gemarkeerd door het doorknippen van het lint. Desondanks was het merendeel van de bouwwerken in dit dorp kleinschalig. De bevolkingsgroei vertraagde sterk aan het begin van de negentiende eeuw, aanzienlijk later dan in andere Zaanse dorpen.

Naam

Verschillende plaatsen in Nederland werden naar de Koog genoemd, o.a. Koger Hem en Grote Koogven. Het is een onverbeterlijk stuk land, en in dit geval is het de landtong buitendijks, recht tegenover de Kuil. Zeer waarschijnlijk vestigden de eerste bewoners van het dorp zich op of in de buurt van dit koogland, dat ook handig was omdat het bij hun aankomst aan de noordkant van de belangrijke Kogersluis lag. Het is gebruikelijk om Koog aan de Zaan in gesprek aan te duiden met ‘Koog’, en dat is ook het geval in deze encyclopedie. Vóór de twintigste eeuw werden ook de namen ‘Koog aan de Zaankant’ en ‘De Coogh’ gebruikt om de plaats aan te duiden. De term ‘De Koog’ wordt door Zaankanters nog steeds gebruikt.

Wapenschild

Het wapenschild van Koog was verdeeld in vier delen, waarbij het bovenste deel twee tegenover elkaar liggende zilveren leeuwen op een rood veld vertoonde en het onderste deel twee tegenover elkaar liggende rode leeuwen op een zilveren veld. Het wapenschild van de Banne van Westzaan is de inspiratiebron voor dit wapenschild. Zie ook: Wapenschilden van gemeenten.

Bijnaam

Kogers stonden in die tijd bekend onder allerlei bijnamen, waaronder koeketers, koekvreters, en zeurore, en later ook staifselkneters. De volgende cartoon werd gemaakt naar aanleiding van Kogers:

Op de Koog, waar ze benne droog en waar ze rijst eten met krente. De melkboer, daarentegen, komt aan zonder geld op zak.

Afmetingen en oppervlakte

In het noorden werd de Koog bij Zaandijk begrensd door de Bagijnsloot en de Zaan bij Zaandam-Oost, in het oosten door de Zaan bij Zaandam-West, in het zuiden door de Mallegatsloot en de De Gouw bij Westzaan en in het westen door de Gouw bij Westzaan. Koog, een van de kleinste gemeenten van Zaanstad, heeft een landoppervlakte van iets minder dan 320 hectare en is een van de meest landelijke gebieden van de stad. De bevolkingsdichtheid is hoog in deze gemeente omdat het gebied dat de gemeente bestrijkt bijna geheel bebouwd is.

Bron: Taxi Koog aan de Zaan